×

×

☰ menu

Als Nederland sterker uit de crisis wil komen, moet kabinet arbeidsmarkt versneld vernieuwen.

12-05-2020

Bijdrage van Ton Wilthagen, aanjager Arbeidsmarkt ENZuid.

Het kabinet presenteerde woensdagavond de routekaart om geleidelijk aan uit de coronamaatregelen te komen. Maar ook voor het verdere arbeidsmarktbeleid moet dringend een perspectief komen, nu de Tweede Kamerverkiezingen, gepland voor 17 maart 2021, snel dichterbij komen. Daarvoor hoeven we niet zozeer fundamenteel na te denken, als wel door te pakken op de dossiers die we maar al te goed kennen.

In feite ligt er al een spoorboekje voor de arbeidsmarkt met een groot aantal to do-punten. Hierover is de afgelopen jaren al veel geschreven en gezegd, maar in de praktijk is er nog te weinig werk van gemaakt. Dat zie je bijvoorbeeld ook weer terug in de rapporten van de Brede maatschappelijke heroverwegingen die voor de coronacrisis door de ambtenaren van de verschillende ministeries zijn opgesteld en in april werden gepubliceerd.

Het eerste punt waaraan een nieuw kabinet na de verkiezingen zou moeten werken is het meer arbeidsvormneutraal maken van de regels voor de arbeidsmarkt. Het maakt in Nederland nog te veel uit of je een vast contract hebt, in een flexbaan zit, of dat je zzp’er bent. Dat is onzinnig want het gaat in alle situaties om werkende mensen die proberen de kost te verdienen. We moeten daarom zoveel mogelijk naar gelijke en eenvoudige regels voor alle vormen van arbeid toe.

Al twintig jaar wijzen deskundigen op deze onduidelijke regels en recent hebben ook de commissie-Borstlap en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid dit pijnpunt aangesneden. Door de coronacrisis is dit pijnpunt zelfs verscherpt. Te veel mensen zijn te kwetsbaar in een crisis als deze. Bovendien weten werkgevers met al deze verschillende regels niet waaraan ze toe zijn en weerhoudt het hen om zoveel mogelijk werk aan te bieden.

Het tweede punt waar forse vernieuwingen nodig zijn ligt op het gebied van de sociale zekerheid. Het kabinet tast op dit moment fors in de buidel en tracht met noodmaatregelen voor alle werkenden behoud van werk, of in ieder geval bestaanszekerheid, mogelijk te maken. Dat is lovenswaardig. En het laat zien dat, ondanks het jarenlange gebakkelei over flex versus vast, één lijn trekken wenselijk en noodzakelijk is. Maar daar tegenover staat dat het dan ook van belang is dat iedereen, zonder uitzondering, bijdraagt aan de collectieve voorzieningen die daarvoor nodig zijn.

Opt-out’s, zoals nu nog bij zzp’ers het geval is, moeten dan niet meer aan de orde zijn. Iedereen draagt bij en iedereen kan een beroep doen op sociale zekerheid. Dat kunnen we beter regelen door fiscalisering dan door het heffen van sociale premies. Dan heb je ook geen afzonderlijke fiscale subsidies voor zzp’ers meer nodig.

Het derde punt betreft de paniek die in Nederland uitbreekt als bepaald werk dreigt af te nemen of te verdwijnen en een overstap naar ander werk aan de orde komt. Denk voor nu aan banen op Schiphol of in de evenementenbranche. Die onrust is begrijpelijk. Maar de angst kan deels worden weggenomen door blijvende arrangementen te creëren, die mensen helpen om van een bestaande baan naar ander werk over te stappen. En zonder dat mensen daarbij het risico lopen werkloos te worden.

Over sectoren heen

Ook op dit vlak hebben we al meer dan vijfentwintig jaar een dossier, onder de noemer intersectorale mobiliteit. Maar we hebben nog steeds per sector scholings- en ontwikkelingsfondsen, terwijl transitiefondsen en –instrumenten over sectoren heen nuttiger zijn. Laten we die dan nu ontwikkelen, we zullen ze ook in de toekomst hard nodig hebben. Het nieuwe initiatief voor een banenloket in Amsterdam is een goede stap in die richting.

En daarmee houdt ook het vierde punt verband: het gebrek aan zicht op aanwezige vaardigheden. Vaak weten we alleen wat voor opleiding iemand genoten heeft en welke functies en beroepen eerder zijn vervuld. Dat is zeer beperkte informatie, omdat mensen in hun werkend leven allerlei ervaring en vaardigheden opdoen. Als die skills niet inzichtelijk zijn, kun je daar ook niet op matchen en op gematched worden.

Vaardighedenpaspoort

Dat betekent in een crisis dat vaardige mensen geen werk kunnen vinden, terwijl er waarschijnlijk wel werkgevers zijn die juist op zoek zijn naar mensen met die vaardigheden. Het wordt daarom hoog tijd dat iedereen in Nederland een zogenaamd skills-paspoort aanmaakt, gebaseerd op een erkende standaard, zodat ook uitkeringsinstantie UWV en uitzendbureaus daarmee kunnen werken. Daar hoort dan ook een individueel leerbudget bij, zodat iedereen aan zijn ontwikkeling kan blijven werken.

Vaardigheden en werkervaring zijn ook cruciaal voor het laatste punt op de arbeidsmarkt dat aanpassing vraagt. Werklozen, toekomstige werklozen en schoolverlaters die niet aan de slag kunnen, hebben allemaal gemeen dat hun ontwikkeling stilvalt. Werkloos zijn en een uitkering ontvangen betekent in Nederland dat je op de reservebank komt te zitten, dat je niet meer aan je ontwikkeling kunt en mag werken. Dat is echt achterhaald beleid.

Duurzame arbeidsparticipatie en kans op nieuw werk vereisen dat mensen bezig blijven en constant ontwikkelen. Leer-werk-combinaties zijn daarvoor het best geschikt. En bij werkloosheid kan een uitkering daarvoor als een participatie-inkomen worden verstrekt. Zo’n participatie-inkomen kan ook worden toegekend aan mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Er is genoeg waardevol werk te doen en te leren. Zeker in crisistijd.

De bal ligt nu bij de politiek en de polder om de verantwoordelijkheid te nemen en de arbeidsmarkt te vernieuwen, zodat Nederland dit keer wel sterker uit de crisis komt.